• Ralph Ummelen

Parkeerovereenkomst geen huurovereenkomst


Het in gebruik geven van een aantal willekeurige parkeerplaatsen tegen betaling van een vergoeding kwalificeert niet als huurovereenkomst.

Voor de beantwoording van de vraag of een overeenkomst kwalificeert als huurovereenkomst, is van essentieel belang dat de in gebruik gegeven zaak en tegenprestatie voldoende bepaalbaar moeten zijn in de zin van art. 6:227 BW. Nu het in deze zaak een willekeurig gebruiksrecht op willekeurige plaatsen in de parkeergarage betrof, is niet aan het bepaalbaarheidsvereiste voldaan en dus kan de parkeerovereenkomst volgens de kantonrechter niet als huurovereenkomst worden aangemerkt.1

Volgens de kantonrechter is een gebruiksrecht gedurende een bepaalde looptijd op een steeds wisselende parkeerplaats onvoldoende bepaald om van huur te kunnen spreken. De (huur)bepalingen zoals opgenomen in titel 7.4 BW zijn dan ook niet toepasbaar. Juist in deze zaak waarbij willekeurige en niet specifieke parkeerplaatsen in gebruik zijn gegeven en dus het ''gehuurde'' object onduidelijk is, is moeilijk voor te stellen hoe verhuurder en huurder aan typische huurverplichtingen kunnen voldoen en/of bepaalde rechten kunnen effectueren (denk hierbij aan onderhoudsverplichtingen, gebreken aan het ''gehuurde'').


Voor huur gerelateerde aangelegenheden – algemeen, woonruimte en/of bedrijfsruimte - bel of mail vrijblijvend met Ralph Ummelen, advocaat in onder meer huurzaken.


 

1: Rechtbank Amsterdam 15 september 2020, WR 2021,65